Je hebt het jezelf al vaak voorgenomen. Dit kwartaal ga je echt delegeren. Je neemt iemand aan, of je geeft dat ene project uit handen aan een collega die het prima kan. En een paar weken later zit je ’s avonds toch weer zelf de offertes na te lopen. Omdat het sneller gaat, of omdat je het net even anders wilt. Of omdat je bang bent dat er iets misgaat.
Iedereen die ik spreek met dit patroon, weet heus dat het niet handig is. Het kost je je avonden en je weekenden, en op den duur je energie. De mensen om je heen krijgen weinig ruimte om te groeien. En je bedrijf of je team kan niet groter worden dan wat jij in je eentje kunt dragen. Met die kennis alleen kom je er alleen niet uit. Anders was het allang opgelost.
Gewoonte of loyaliteit?
Een deel is gewoonte. Als ondernemer ben je begonnen met alles zelf doen, en dat is lang de enige manier geweest. In een baan word je vaak beloond voor wat je zelf oplost. Dat verander je niet in een week.
Vaak zit er meer onder. In systemisch werk kijken we naar de groepen waar je deel van uitmaakt, zoals je familie en je werk. Elke groep heeft ongeschreven regels. Over wie er zorgt, wie er sterk moet zijn en wie om hulp mag vragen. Die regels leer je als kind, en je neemt ze mee zonder dat je het merkt.
Misschien was jij thuis degene die het overzicht hield. Omdat je ouders het druk hadden, of omdat er iets speelde waardoor er weinig ruimte was voor wat jij nodig had. Dan heb je jong geleerd dat het pas goed gaat als jij het regelt. Dat is ooit heel verstandig geweest. Alleen werkt het niet meer nu je een bedrijf of een afdeling leidt.
Van binnen voelt zo’n patroon als verantwoordelijkheid. Iets loslaten voelt dan alsof je iemand in de steek laat, of alsof je tekortschiet. Daarom is het zo hardnekkig.
Kijk eerst wat er speelt
Het begint met zien wat er bij jou gebeurt. Een paar vragen die je jezelf kunt stellen:
- Wat is het eerste wat je denkt als je iets uit handen geeft? Dat het misgaat, dat het niet goed genoeg wordt, of dat je dan niet meer nodig bent?
- Bij wie in je familie herken je hetzelfde? Wie droeg daar alles?
- Wat zou er gebeuren als het een keer niet perfect gaat? En voor wie zou dat erg zijn?
Je hoeft daar geen pasklaar antwoord op te hebben. Vaak is het al een opluchting om te merken dat je gedrag een geschiedenis heeft. Dan hoef je het jezelf minder kwalijk te nemen, en kun je gaan onderzoeken wat je ermee wilt.
Een opstelling
Soms helpt het om het letterlijk voor je te zien. In een opstelling zetten we met voorwerpen neer hoe de verhoudingen liggen. Jij, je bedrijf, de mensen met wie je werkt, en bijvoorbeeld je vader of je moeder. Je kijkt er van een afstand naar. Vaak zie je dan ineens dat je op een plek staat die eigenlijk niet de jouwe is, en dat je nog iets draagt wat bij een ander hoorde.
Dat inzicht maakt het niet in één keer anders. Het geeft je wel een andere vraag om mee te werken. Je zoekt dan minder naar manieren om jezelf te dwingen, en meer naar wat je mag teruggeven en wat echt bij jou hoort.
Begin klein
Daarna is het oefenen. Geef één ding uit handen dat niet heel spannend is, en kijk wat het met je doet. Merk je de neiging om het toch weer over te nemen? Wacht dan een dag. Vaak zakt die onrust vanzelf, en blijkt het gewoon goed te gaan.
Herken je jezelf hierin? Op de pagina over systemisch werk lees je meer over hoe ik daarmee werk. In een Inzichtsessie kijken we samen naar wat er bij jou speelt.




